BannerQuotes
Twitter Facebook YouTube
English
Ga snel naar:

Kostelijk

 
 

 

U kent die gesprekken wel. Je bent ergens op een feestje, op een congres of een andere gelegenheid waar veel mensen zijn, en je raakt soort van per ongeluk in gesprek met iemand die je niet kent of nog nooit hebt gezien. Je staat allebei met een glas wijn of een pilsje in je handen bij een op ellebooghoogte afgestelde ronde witte tafel, met daarop een glazen schaaltje met zompige borrelnootjes en vreemd gevormde bladerdeeg- en kaasverrassingen (de verrassing is: als je dit eet, proeven de borrelnootjes alsof een steur ze net heeft gelegd). Je stond eerst met z’n drieën, want je stond allebei te praten met iemand die je kende, tot deze er pardoes tussenuit kneep.

Daar sta je dan. Je kijkt elkaar aan en je probeert uit alle macht een reden te verzinnen om je te verontschuldigen en naar een ander tafeltje te begeven, maar net op dat moment weigert je altijd zo creatieve ‘excuusapp’ in je hersenpan. Je raakt aan de praat en je wisselt wat van gedachten over het weer, de locatie of de catering, terwijl je uit alle macht niet probeert te denken aan de ranzige en inmiddels licht bedwelmende adem van je gesprekspartner. En dan weet je het al. Je ontkomt er niet meer aan. Vluchten kan niet meer. De onvermijdelijke vraag valt: “Zeg, en wat doe jij eigenlijk voor de kost?”

WineBeer

Ik zie u denken; “nou, dat is toch een heel normale vraag? Zo’n probleem is dat toch niet?” Maar daar gaat u de mist in. Dat is het namelijk wel. Misschien niet voor de meesten onder ons, maar wel voor mij. Ik moet namelijk antwoorden: “Ik ben (jazz)componist.” En dan gaat het mij niet om het feit dat het nogal een uitdaging is om de haakjes hierbij in klank uit te drukken (want haakjes uitbeelden met een glas drinken in je handen is in het verleden niet succesvol gebleken). Nee, het gaat mij om de ijzige stilte die na mijn antwoord valt. De vraagtekens die je leest in de ogen die je dan wazig aanstaren. Alsof er diep in dat hoofd een uitgebreide scan plaatsvindt die niet meer kan opleveren dan ‘opdracht- of bestandsnaam onjuist’. Alsof Tika, de dochter van Ti-ta-tovenaar, net in het voorbijgaan in haar handen klapte en iedereen heeft stilgezet.

 

“Joh!”, “Oh” en “Zo!” zijn de top drie van reacties die na een respectvolle twee minuten stilte volgen. En dan is het fiftyfifty. Of de persoon in kwestie begint over een volledig ander onderwerp, óf men heeft een ver familielid uit de krochten van zijn geheugen weten te schrapen die ‘ook in de muziek zit’. Die speelt dan een of ander instrument wat men niet meer weet: “ja, die speelt celli of een schuiftrompet ofzo”. Met natuurlijk de onvermijdelijke vraag of ik die persoon dan ken. Alsof je een bankbediende vraagt of hij jouw achternichtje kent die kassière is bij de Albert Heijn, omdat die toch ook ‘in het geldwezen zit’. Mij ontgaat de logica even. En nee, ik ken niet iedereen in Nederland die ‘iets speelt’.

 

Na deze vraag die ik altijd met een netjes “Nee, helaas,” beantwoord, gaat het geraaskal van mijn volstrekte onbekende gewoon door met de vraag: “En welk instrument componeer je eigenlijk?” Het is duidelijk: er wordt met man en macht gewerkt om piketpaaltjes te slaan om zo de term ‘componist’ af te bakenen, maar er wordt structureel gehamerd in het verkeerde land of misschien zelfs wel werelddeel. Kortom; het begint hopeloos te worden en er dreigt serieuze hersenschade te ontstaan bij de teveel wijn drinkende Alien die tegenover mij staat. Ik doe nog een verwoede poging door uit te leggen dat muzikanten noten nodig hebben om te spelen en dat een componist die noten schrijft. Dus dat je als componist de muziek verzint die muzikanten dan kunnen spelen, waar luisteraars dan weer plezier van hebben.

 

Maar net als ik denk dat er enige houvast is ontstaan, herinnert mijn slachtoffer zich het woordje ‘jazz’ dat voor componist stond en stamelt hij: “Maar bij jazz doe je toch gewoon maar wat?”

 

Ik weet inmiddels dat als ik ook op die vraag inga, ik meer kapot maak dan mij lief is. Meer dan de alcohol inmiddels bij mijn volledig in verwarring zijnde overbuurman heeft gedaan. Ik maak tegenwoordig van de ontsteltenis gebruik om zijn lege glas van het ronde witte tafeltje te plukken, naar de toog te wijzen en hem te vermelden “Ik zal wel even, eh…” Doorgaans is dat al voldoende informatie om dit confuse wezen in een soort hypnose achter te kunnen laten. In veruit de meeste gevallen staan ze er na vijftien minuten nog steeds zo bij, dus probeer ik dan een ober te vinden om de persoon in kwestie opnieuw van een natje te voorzien. Al is het maar om te voorkomen dat deze zich morgen ook maar iets van het gesprek herinnert.

 

Terwijl de barman de tap onder een nauwkeurige hoek in het glas van mijn levend standbeeld schuift, kijk ik wat om me heen. Naast mij op een kruk zit een wat aangeschoten forse kleine man met een snor. Hij doet mij denken aan Mat Herben al weet ik dat die geen snor meer draagt. Hij kijkt mij onderzoekend aan en ik knik hem vriendelijk toe. De barman zet vol trots zijn gekraagde meesterwerk op een leeg dienblad. Dan vraagt de snorremans: “Zeg, en wat doe jij eigenlijk voor de kost?” Even wil ik in huilen uitbarsten, maar ik bedenk mij. Ik antwoord hem: “Ik ben ober.” Ik pak het dienblad op en loop weg. Feitelijk heb ik geeneens gelogen…

 

Geplaatst op: 31 oktober 2012

 

 

Wilt u deze column als eerste ontvangen in uw mailbox? Stuur dan een mailtje naar blog@ajlschenkel.com

Line

Vorige Vorige Overzicht Volgende Volgende

 

 

 

 

 

 
© AfterBeat | KvK 24449755
Banner
Bekijk deze website in het Nederlands
View this website in English
Volg Harm Jan op YouTube
Volg Harm Jan op Facebook
Volg Harm Jan op Twitter