BannerQuotes
Twitter Facebook YouTube
English
Ga snel naar:

Tante Joke

 
 

 

Tante Joke is dood. Mijn tante Joke. Ik weet het: u zult haar waarschijnlijk niet kennen. Dat maakt niet uit. Want iedereen kent tante Joke. Of in elk geval iemand net zo als zij. Een ode aan al die tante Jokes.

 

Ik vind het mooi als je Joke heet. In het Nederlands misschien niet zo spannend; in het Engels des te meer. Ik denk dat ze daarom zo goedlachs was. Ik houd van mensen die zichzelf niet serieus nemen. En als je Joke heet heb je dus ‘per definitie’ een streepje voor bij mij.

 

Mijn tante Joke is het jongste zusje van mijn moeder, met een belangrijke eigenschap: vrijgezel. Dat zegt veel namelijk. Want u kent die vrijgezelle tantes wel: ze kunnen goed luisteren, geven nooit ongevraagd advies en weten alles van opvoeden. Tenminste, dat denken ze zelf. Ook in hun kledingkeuze zijn ze wat alternatief. Laten we zeggen dat ze jurken dragen die anderen simpelweg aan de rails voor het raam laten hangen.

 

Enfin, die tantes in yogadress hebben ook altijd huisdieren. Niet zoals ‘normale’ mensen dat hebben, maar in extremen. Ze houden slangen, tamme eenden, emoes of dwergvarkentjes. En als ze al een gewoon huisdier hebben, zoals een kat, dan geen gewone kat, maar een Japanse Stompstaart, Schotse Vouwoor of een Byzantijnse Scheefneussfynx. Deze heten dan ook weer geen Tommy, Minoes of Pluisje, maar Nimysis, Mevrouw Kittinboxy of Valery Duvaux de Derde. Om het helemaal compleet te maken hebben deze tantes ook niet gewoon een of twee katten, maar gelijk dertien of achtentwintig. Waar het op neerkomt: vroeger riskeerden ze de brandstapel, nu stemmen ze op Marianne Thieme.

Al deze kattenvrouwtjes hebben ook een nogal merkwaardige hobby. Kantklossen, Siberisch schapenscheren, Brussels breedbreien, noem het maar op. Zaken waar je nog nooit van gehoord hebt. Mijn tante Joke deed aan quilten. Iemand die quilt is niet iemand die lelijk zingt, maar die lapjes aan elkaar naait. Overal scharrelde ze stukjes stof vandaan en maakte daar de meest waanzinnige kunstwerken van. Daarnaast deed ze aan schilderen, een populaire hobby bij vutters en gepensioneerden die van gekkigheid niet meer weten wat ze met al die vrije tijd moeten doen. Mijn tante niet. Schilderen heeft ze haar hele leven gedaan en niet onverdienstelijk. Ze was echte kunstenares. En daar was ze erg trots op. Altijd bezig. Een levenskunstenaar werd ze genoemd.

Om tantes als mijn tante Joke moeten we vaak even zuchten. Maar stiekem zijn we heel blij met ze. Als iedereen normaal is, is er ook niets te beleven. Je kunt heerlijk over ze zeuren en ze belachelijk maken als ze er zelf niet bij zijn. We kunnen niet zonder ze. Zij zijn het die de was doen voor de buurvrouw als die ziek op bed ligt. Zij zijn het die trouw lid blijven van de zangvereniging, zelfs als ze het eigenlijk niet kunnen betalen. Zij komen op je afstudeerpresentatie, ook al is het drie kwartier te laat omdat ze verkeerd zijn gereden. Zij sturen je ieder jaar op dezelfde datum een verjaardagskaart, ook al ben je dan helemaal niet jarig. Zij geven om de ander. Zij houden van hun familie. Met al hun rare eigenschappen. Zij zijn altijd op familiefeesten met een zelfgebakken appeltaart en een zelfgebreid rompertje voor een pasgeboren achternichtje. Zij zijn het die je nooit zal horen klagen als ze voor de zoveelste keer een chemokuur moeten ondergaan. Zij laten iedereen in hun waarde. Omdat ze weten wat ieder z’n waarde is.

 

We hebben haar gisteren begraven. Naast haar vader en moeder. Mijn opa en oma dus. Op steenworpafstand van mijn vader. Na de begrafenis liepen we nog even langs zijn graf om hem gedag te zeggen. Ik vind begraafplaatsen maar rare plekken. Het stenen (tijd)perk voor de sterfelijkheid. Grote indrukwekkende bomen afgewisseld met zonnige open plekken. Hier praat je niet hardop, maar fluister je. Of beter nog; hier zeg je helemaal niets. Hier wordt niet gerend – zelfs niet door kinderen – nee, lopen is hier het devies. Of beter nog; kuieren. Het grind van de smalle paadjes knarst onder je schoenzolen. Heel in de verte hoor je misschien een trein rijden of het geruis van een snelweg. Verder hoor je alleen de vogels die zich geen zier aantrekken van verdriet en er lustig op los kwetteren als een ode aan het leven.

 

Dit blijft de plek waar de tijd heel even stilstaat. Hier denk je niet aan de vergadering van morgen waar je zó geen zin in hebt of dat je nog even Miriam moet bellen dat zij morgen de kinderen van school haalt. Hier denk je aan al die mensen die hier liggen en aan al hun levens die ze hebben geleefd. Waren ze gelukkig? Hadden ze lieve mensen om zich heen? Wat waren hun dromen? Zijn die uitgekomen? Of heeft het leven ze niet gebracht wat ze hadden gehoopt? Misschien wilde hij wel heel graag dokter worden, maar moest hij de bakkerij van zijn vader overnemen. Misschien wilde zij wel heel graag moeder worden, maar is het bij een miskraam gebleven.

 

Automatisch kijk je bij een grafsteen naar twee zaken: de naam en de leeftijd. Heel veel meer informatie staat er over het algemeen ook niet op, maar je kijkt toch altijd even of je iemand kent die ook zo heet. Zou het familie zijn?


En dan die jaartallen: je rekent je gek hoe oud iemand is geworden (zeker als iemand na het jaar 2000 is overleden), natuurlijk rekening houdend met de maand en de dag waarop ze zijn overleden. Gelukkig is het merendeel heel Bijbels “…zeventig, tachtig jaren mensenleven…” oud geworden. Het zijn juist de kindergraven die pijn doen. Soms met een blikken autootje erop of een half vergane teddybeer. Het voelt zo oneerlijk. Zo’n kind kan het toch ook niet helpen? Of de gesneuvelden uit de oorlog. Achttien, twintig, drieëntwintig jaar. Allemaal gestorven in de bloei van hun leven. Voor God en Vaderland. Zouden wij dat nu ook nog doen?

 

Toch zetten mij juist de overledenen aan het denken die van mijn leeftijd zijn. Er zijn nog zoveel dingen die je wilt doen of die je wilt meemaken. Wat nu als het morgen klaar is? Memento mori – gedenk te sterven. Wat mij betreft juist: gedenk te leven! Stop met de dingen die je eigenlijk niet wilt en waar je geen energie van krijgt. Ga je dromen achterna! Bel die oude vriend waar je om een stom akkefietje niet meer mee praat. Stap op die vrouw af waar je al zolang verliefd op bent. Maak van jezelf een levenskunstenaar! Lekker belangrijk wat een ander van je vindt.

 

Tante Joke is dood. Mijn familie is jammer genoeg weer een stukje normaler geworden. Hoewel, we hebben nog wel een paar knakgaffels over. Maar we zijn een kleurrijke, vrolijke lieve schat armer, hoewel de hemel er nu één rijker is. Laten we de abnormaliteit vieren. Koester uw eigen tante Jokes, want zij zijn de smaakmakers van uw familie. Ik hoop er ook één te worden. Ik ben geen vrijgezel meer, maar ik zit wel in de kunst. En morgen ga ik naar de winkel. Veertig katten kopen.

 

Geplaatst op: 21 november 2012

 

 

Wilt u deze column als eerste ontvangen in uw mailbox? Stuur dan een mailtje naar blog@ajlschenkel.com

Line

Vorige Vorige Overzicht Volgende Volgende

 

 

 

 

 
© AfterBeat | KvK 24449755
Banner
Bekijk deze website in het Nederlands
View this website in English
Volg Harm Jan op YouTube
Volg Harm Jan op Facebook
Volg Harm Jan op Twitter